Verplaatsbaar paviljoen Staatsbosbeheer

 

Dit ontwerp naar aanleiding van een prijsvraag van Staatsbosbeheer gaat uit van een massieve constructie van houten wanden. In de opgave wordt gevraagd een paviljoen te ontwerpen dat op twee locaties zou kunnen staan: één in de duinen in de buurt van de vleermuisbunker en één in de bossen rond het Rijksbunkercomplex in Wassenaar.
Een opgave met twee locaties vraagt echter om twee ontwerpen in plaats van één: door gebruik te maken van een eenvoudig te koppelen systeem van dragende houten wanden, is het mogelijk per locatie een passende constructie neer te zetten met gebruik van dezelfde elementen. Daarnaast wordt in het ontwerp gebruik gemaakt van een materiaal waar Staatsbosbeheer dagelijks mee werkt: de stammen van dennen die gekapt worden in de bossen.
Het ontwerp bij de vleermuisbunker is gelegen aan het bestaande olifantenpad naar de bunker. De route is hierin belangrijk: de nadruk ligt eerst op het prachtige duinlandschap. Pas bij het betreden van het paviljoen opent zich het weidse uitzicht op zee en het doel van de reis, de vleermuisbunker zelf. Het tweede paviljoen op de locatie bij het Rijksbunkercomplex wordt gebouwd met een deel van de elementen van het eerste. Het bevindt zich bij de ingang van het complex op een kruispunt en heeft daarom een meer alzijdige oriëntatie.

Bijkomend voordeel van dit ontwerp: het totale pakket aan elementen kan op een vrachtauto van Staatsbosbeheer geladen worden, zodat het elders weer kan worden opgebouwd.

Uitkijkroute Clairlo

Op een knooppunt van verschillende bewegingslijnen (snelle, trage, industriële, ecologische) is gekozen voor een uitzichtpunt. Deze plek op het grondlichaam van het ecoduct is er één met een grote dualiteit. Langszij lopen vluchtige stromen in de vorm van het sporen- en wegennet. Over de natuurbrug loopt een wandelroute die twee natuurgebieden met elkaar verbindt. Het ontwerp probeert een antwoord te vinden op deze gegeven dualiteit.
De oplossing van het knelpunt in de ecologische hoofdstructuur met behulp van een natuurbrug wordt met de keuze voor een toren verder geaccentueerd. De toren is een baken op de natuurbrug.
Een eyecatcher vanaf de weg en het spoor, een doorgangsroute en uitkijkpunt voor de voetgangers in het natuurgebied.
Als de toren te voet benaderd wordt transformeert de sculptuur naar een slanke, transparante klim- en uitkijktoren. Bij de klim via het trappenstelsel naar boven, krullen de twee wandelrichtingen samen naar boven. Door de transparantie aan de smalle zijden zijn beide natuurgebieden die door de natuurbrug gekoppeld worden zichtbaar. Door conusgaten die gebruikt worden bij het vervaardigen van de twee betonnen schijven open te laten kan tijdens het stijgen door de nieuwsgierige klimmer een glimp van de weg en het spoor opgevangen worden. Eenmaal boven is het uitzicht rondom.